Mist

R.(16) springt van de trampoline.
Ook haar moeder woont in een instelling.
'En mijn vader ken ik niet.
Niet erg hoor, ben ik gewend.'
Ze lacht.

Herfstblaadjes vallen.
Zij staat achter een haag, ik leun tegen een hekje.
Zij vraagt, ik antwoord.
Heen en weer.

Wiegend.
Boven zingt een jongen
door een raam dat niet verder open kan.
Vals.
We lachen.

Dan loop ik terug naar mijn zoon.
Het mist.