Soulparty

Hij was haar zorgenkind
‘Maar je kon ook heel erg met hem lachen’,
zegt de voorganger

Het is een paar dagen voor Hemelvaart
In de weides bloeien pinksterbloemen
Lila
Haar blauwe ogen rood
Starend in de verte
Leeg
Ze hoeft geen bitterbal

Zij, de moeder, heeft borsten waar armen op kunnen rusten
Heupen om te dragen
Armen die omhelzen
Breien doet ze strak
Ze laat geen steek vallen

Als hij weer kwam
of zij hem mocht bezoeken
En zij de enige was
Sprak ze:
‘Jongen.’
‘Er is geen nacht zo donker of het wordt weer licht.’

Met 130 km rij ik naar mijn thuis
Het schuifdak open
Ik zing mee met míjn zoons lievelings: The Opposites

‘Het licht gaat uit vannacht
We brengen het beest naar buiten,
Het is enkel nog de duivel die praa-a-ha-a-haaat,
T’ is de hemel op aa-a-ah-a-aard’

’s Avonds ga ik dansen in de nacht:
It’s a Soulparty.