Straks

Met wachten, sluipt vandaag mijn middag voorbij.
Wachten op iemand die zou bellen.
Een belangrijk gesprek.
Een bepalend gesprek.
Niet iemand, die ik zelf even zou kunnen bellen.
Dus afwachten.
De klok wacht niet, die heeft daar geen tijd voor.
Ik zie, dat de tijd die ik vanmorgen heb gewonnen ruimschoots wordt ingehaald.
Een vuilniswagen rijdt voorbij.
De ramen trillen.
Iemand zwaait gedag naar iemand anders.
Adem wolkt de lucht in.
Buiten is het koud.
De zon draait langzaam weg.
Meesjes eten nootjes in de tuin.
Witte rijp ligt op de tuintafel.
En de post is ook nog niet geweest.
Wachten is ook net niks doen.
Tussen doen en laten.
Een beetje staren en gedachten door elkaar laten fladderen.
Overpeinzingen logisch proberen te krijgen.
Vreemd genoeg is de concentratie ook niet erg sterk.
Ik heb geen invloed op de voortkabbelende tijd.
Nu is alles nog zoals het is.
Straks was het zo.
En dat is dan zo.
Nu staren, zuchten en wachten.