Het bushokje

Pislucht. En kilte.
In een herfstnacht. Ik denk dat het koud was. Het was in ieder geval donker. Ik wilde dat ik doodging. Toen het voorbij was, moet ik op een of andere manier thuisgekomen zijn. Niemand in huis heeft iets gemerkt. Ook niet toen ik daarna als een zombie onder de gloeiendhete douche stond.

Dat bruine glas. Bekrast. Beschreven. Beschadigd. Wat stond er nou eigenlijk. Ik denk daar nog regelmatig aan, als ik 's nachts zwetend wakker word. Ik probeer dan net als toen te lezen wat er stond. Ik concentreer me in mijn geheugen op dat kleine stukje bruine kunststofglas in de linkerbovenhoek van het hokje, waar met zwarte stift iets op was geschreven. Ik word er rustig van.

Mijn moeder ergert zich aan mij. Ze begrijpt me niet meer. Ik snap haar niet. Soms staat ze uit het niks tegenover me te schreeuwen, dat ik nu eindelijk eens antwoord moet geven. Terwijl ik vaak niet eens merk, dat ze voor me staat. Mijn vader is teleurgesteld. Hij zegt dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met dat pubergedrag. Ik lijk zijn meisje niet meer. Ik schrik als hij zijn arm om me heen wil leggen. De school heeft na een derde waarschuwing een brief naar mijn ouders gestuurd. Ze vinden dat ik een negatieve en onverschillige houding heb. Als het zo doorgaat word ik geschorst.

Langzaam ben ik er weer. Het was te lang, want in de verte hoor ik mijn zusje op de deur van de badkamer bonken. Als ik opkijk zie ik bloed. Ik lig op de grond. Ik hoor dat de deur aan de buitenkant met een schroevendraaier wordt opengedraaid. Mijn zusje gilt. Mijn vader is in een, twee, drie, vier stappen boven. Woedend smijt hij het scheermesje weg. En houdt me vast. Voor het eerst sinds toen, laat ik me troosten. En ik huil, terwijl de tranen van mijn vader over mijn wangen stromen.
Dan zie ik wat er staat : 'A dirty mind is a joy forever'