Iedere dag een ijsje

Eergisteren moest ik voor het eerst voor mijn werk in een hotel overnachten. Op Terschelling of all places. Geweldig. Ik keek er al maanden naar uit.
Mijn moeder was nog nooit op een van de Waddeneilanden geweest. Dus nam ik haar mee.

Onderweg hebben we hele gesprekken, dat wil zeggen ik ben veel aan het woord. Ik ben opgetogen. Blij dat ik haar kan laten zien, wat ik nou eigenlijk doe. Ik vertel waar we rijden, wat ik zie, wat ik mooi vind, wat me raakt. Af en toe zing ik. En we halen natuurlijk een cappuccino to go voor tijdens het rijden. Soms vertel ik hoe het vroeger was en vraag ik me hardop af hoe dat voor haar was. Ik trek dan zelf mijn conclusies en deel ze.

Het was een lange heenreis, onderweg stonden alle bruggen open en bij aankomst voer de veerboot net voor onze neus af. Ik vertelde mijn moeder dat dit zo ongeveer mijn leven is: goede voorbereidingen, maar toch veel rennen, haasten, ondertussen om me heen kijkend, dealend met nieuwe situaties. Er is veel wat op mijn pad komt, en er is veel wat ik oppak. ‘Dit ben ik mama. Ik zie natuur, kunst, stad en de mooiheid van het gaan. Ik sta stil bij het wachten. Geef woorden aan mijn gevoelens. Grijp de beelden met mijn iPhone. Ik wil mijn herinneringen delen. Zie wat ik zie, mam. Hoor wat ik wil delen.’

Ik zie ook het leven dat aan me voorbijgaat, mijn kinderen. Het is alsof het gisteren was, dat ik ze nog in beide armen op kon tillen, om ze te wiegen. Te voeden. Ik koester die herinneringen. Ik voel de afdruk van hun babyhoofdjes, de eerste aanraking, nog als gebrandmerkt in mijn handen staan.
Het is alsof de urgentie van het leven me op de hielen zit, sinds jij, na papa, ook wegging: Ik heb haast om te leven en te delen. Ik besef dat ik nog niet alles gedaan heb met mijn kinderen wat mogelijk was. Ik had er meer willen zijn. Ze meer mij willen geven. Ik spoed me, om dat alsnog in te halen. Het is als gisteren dat ik keuzes maakte die mijn leven richting gaven. Of ik spijt heb? Zeker niet van alles. Maar sommige issues zou ik nu anders aanpakken. En jij mam?

Sommige dilemma’s lijken op de zorgen die jij in je leven tegen kwam mam. Ik wil daar anders mee omgaan, maar ik zie nu ook hoe ingewikkeld dat het is. Hoe alles met elkaar samenhangt. Hoe moeilijk het is, om bij mezelf te blijven. Hoe snel de waan van de dag gaat en hoe rap vandaag in morgen overgaat.
Ik vraag je: ‘Wat had je willen doen, mam? En was het dan anders geweest? Waarom lukte dat niet?’

Je hebt me leven gegeven. Dat jij dood bent is een gemis in de mogelijkheid van het delen. Maar ik doe het toch. Delen is tenslotte het nieuwe hebben.

Terschelling is vol met leegte. Ruimte genoeg voor weemoed en verlangens. Vogels die broeden, schapen die met hun lammetjes over een dijk rennen. Mekkerend. Ze hebben het er druk mee: met zorgen voor hun kinders.
In de nacht waakt de vuurtoren. Met regelmaat zwiept de Brandaris zijn licht over het eiland. Ik heb dat niet meer gezien sinds vroeger. Op vakantie. Als er tijd was. Dan hoopte ik dat het leven altijd zo zou zijn. Het samen spelletjes doen. En iedere dag een softijsje. ‘Wil jij ook een ijsje mam?’

Het is voorbij. Verdwenen in een dimensie van mijmering.
Het water is hier niet diep, eb legt diepe gronden bloot. De bodem onder bestaan blijkt soms een modderige toestand, waar je, als je erdoorheen waadt, behoorlijk in vastgezogen kan worden. Ik laat het wad voor wat het is. En zie het schitterende water blinken in de zon. Alsof het knipoogt.

Op de terugweg krijg ik een klapband.
Ik maak een enorme zwiep naar de berm. Op dat moment nog met het hoofd cool. Dat heb ik: in crisissituaties ben ik heel helder. Ga ik handelen. Daarna komt pas de adrenaline, stress: het gevoel. Godzijdank reed ik geen 130/140 op dat moment, wat ik de hele tijd wel deed. Omdat het kon, daar in het noorden. En ik de vaart erin wilde houden. De wielen bleken na de laatste beurt niet uitgelijnd. De ANWB-er schudt zijn hoofd, bekijkt de twee achterbanden: ‘Ik heb nog nooit zoiets gezien. U bent er goed vanaf gekomen mevrouw.’ Als ik vanuit de berm bij een collega de voicemail inspreek om de afspraak van die avond af te zeggen, appt ze terug: ‘Engeltje op je dak.’ En hopla daar zijn ze: de gevoelens.

Eenmaal thuis heb ik nog een ijsje gehaald. (Vijf uur later uur later, maar joh wat is dat op een mensenleven?) Dat ga ik voorlopig wat vaker doen. En een spelletje/quality time met mijn kinderen. Alsof het iedere dag een beetje vakantie is.