‘Wat wil jij?
Zeg het maar.
Wil je brood met noten? Dat is lekker hoor. Of die andere? En zal ik wat lekkers meenemen. Zeg jij het maar. O. Zo’n broodje met kaas en spek. Lijkt je dat wat? Ja ik heb eigenlijk al gegeten. Een kaasstengel, dat is ook lekker.
Nou?
Je moet wel wat zeggen hoor.
Weet je al?
Ja ik weet het niet hoor!’
De man kijkt naar de vrouw. Zij wordt steeds ongeduldiger. Uiteindelijk beslist hij. Hij kiest twee verschillende broden.
‘Goed’ zegt zij. ‘Ik neem die twee.’

Ik vraag me af waar ik zojuist getuige van was. En wie heeft er nu beslist? En waarom vraagt zij hem te beslissen? Zij lijkt het hem te verwijten dat zij zelf geen keuze kan maken. Geeft haar verantwoordelijkheid weg. En neemt zijn beslissing als de hare over.
De man lijkt niets te mogen zeggen, maar maakt uiteindelijk de beslissing.

Hoe gaat het thuis aan tafel? Kan het brood wel lekker zijn? Of is dat wat niet gekozen is toch het lekkerste?
Zegt zij dan: ‘Je had dat andere brood moeten kiezen.’
Is dat de reden waarom hij nooit kan kiezen: Want het is toch nooit goed.
En hoe gelukkig ben je dan met de keuze die nooit de jouwe is?

Ik denk aan het verhaal van het echtpaar dat vijfentwintig jaar getrouwd is.
Zij zegt tegen hem:’Lieverd ik heb je nu vijfentwintig jaar het kapje van het brood gegeven, maar nu neem ik eens het lekkerste stukje van het brood.’
Hij kijkt haar verbaasd aan; ‘Ik heb het altijd opgegeten, omdat ik dacht dat jij het niet lekker vond!’

Dat je vijfentwintig jaar lang dat stukje geeft wat je zelf graag had willen hebben. Of dat je vijfentwintig jaar lang dat eet wat je eigenlijk niet wilt. Wat doet zo’n opoffering met je? Denk je dan bij al het andere: je moet dit maar voor mij doen, want ik doe al iedere ochtend iets voor jou?

Broodje aap verhaal of niet. Ik eet alleen nog maar wat ik lekker vind. En dat moet die ander ook maar doen. En dan eten we nog lang en gelukkig