Leeg

'FRIETJES!!! FRIETJES!!! FRIETJES!!! FRIETJES!!!'
70 hongerige kindermonden scandeerden hun beloofde maaltijd door het bowlingcentrum heen.
'FRIETJES!!! FRIETJES!!! FRIETJES!!! FRIETJES!!!'

Nou ben ik er zelf als ouder absoluut van overtuigd, dat er iets te wensen moet blijven in het leven. En dat je dat je kinderen dat niet vroeg genoeg bij kunt brengen. Niks constante instante behoefte bevrediging.
En ik weet heus wel dat de kindertjes in Nederland anno 2010 geen echte honger hebben. Die hebben trek.

Dat is mij thuis regelmatig verteld, want vroeger in de oorlog toen hadden de kindertjes pas echt honger en smaakte een tulpenbol net zo lekker als een bitterbal. En daarom moest ik ook altijd mijn bordje leegeten als de rest van het gezin al lang van tafel was en de tijd voorbij kroop. Ik probeerde dan kokhalzend de uien in de sla weg te kauwen. Of draadjesvlees.
Godzijdank kreeg ik na 7 jaar zeuren uiteindelijk een hond voor mijn dertiende verjaardag. En ik was er ongelooflijk blij mee, mijn viervoetige hartsvriendin was het wachten meer dan waard. Ze hapte het vleesgedeelte van de maaltijd smakelijk weg als ik tot in de late schemering nog zat te herkauwen.

Maar op de Mariaplaatsbowling in Utrecht bleek er weinig te herkauwen. Zelfs met het plastic verrekijkertje van zoonlief was er in de verste verte geen patat te bekennen.

Een trainster van de atletiekclub waaruit ons trekhebbende gezelschap bestond, had ondertussen drankjes opgenomen. De onzichtbare privé-serveerster bleek ze ingeschonken te hebben. Maar ze stonden nog op de bar. Het was bijna een beetje spooky. De lamp boven de bar zwaaide nog heen en weer. Waar was ze? En waarom was ze alleen? En waar bleef het eten? Wat was er gebeurd in de keuken?

Ik besloot polshoogte te gaan nemen. Ik zag de ongeruste blik van mijn zoontje en zei dat het wel goed kwam. Het geluid van de kinderen stomde langzaam weg toen ik door de lange gang naar de keuken liep. In de keuken werd de situatie me in een klap duidelijk. Een staaltje van zeer slechte of zeg maar ontbrekende ‘mise en place’. De kok keek me wanhopig aan. In het magazijn achter de keuken hoorde ik de serveerster hartgrondig vloeken. Nog steeds onzichtbaar. Maar er stond ondertussen wel patat klaar en dus liep ik daarna met drie bakken friet (horeca ervaring) de verbaasde maar opgeluchte kinderen tegemoet. Ik voelde de liefde tot mij komen, want uiteindelijk bleken kinderhandjes redelijk gauw gevuld.

De serveerster bleek in het magazijn op zoek naar de mayonaise- en de ketchupzakjes, welke later toen de friet bijna op was in de gezellige verpakkingsdoos op tafel kwamen. Twee ouders zwoegden en jongleerden met dienbladen fristy, cola en sinas langs de frietzoekende ouders. Na de friet kon de kok de kipfantasie in het vet gooien.

Kipfantasie. Wat een woord. Mochten kippen fantasie hebben dan zal het niet veel te maken hebben met deze rubberen bowlingbaanhapjes. Gek genoeg hadden zoonlief en vriendjes het leuk gehad en dachten ze kennelijk dat het geperste kippenvlees het toetje was, want ik hoorde ze maar een keer iets over ijs zeggen.

Of ze hadden ook al wel genoeg gezien. Behalve de serveertser dan. Die heb ik serieus niet gezien. De lege borden en mayonaise zakjes sierde de lange tafels toen we weggingen en de lamp zwaaide nog steeds. Die wel.