Verlanglijstje

Voor de duidelijkheid: mijn kinderen, mijn lief en ik zijn in principe niet materialistisch. De twee jongetjes zijn bijvoorbeeld heel creatief en kunnen zichzelf heel goed bezighouden. Getuige de twee kisten bij onze achterdeur met daarin o.a.: takken, stenen, touwtjes, boodschappenbriefjes van een ander, halve stuiterballen, een ziekenfondspasje van ene meneer Kuyper (dat me wellicht nog wel van pas kan komen om mijn eigen bijdrage van de ziektekostenverzekering te omzeilen), handige wietzakjes waar ook heel goed bloemenzaadjes in kunnen van de ontelbare stokrozen uit onze wijk, bierdopjes, postbode-elastieken en natuurlijk bergen kastanjes. Door die laatste combinatie hebben we trouwens wat vaker contact met de buren. Het schoolthema van de oudste is deze herfst ‘schimmels’, dus godzijdank kunnen alle dode dingen die gaan groeien of die de neiging hebben te gaan bewegen mee naar school. De razend enthousiaste juf gaat dan samen met de kleine onderzoekers en microscoop op zoek naar interessante ontwikkelingen, die je van drie meter afstand met het blote oog ook wel kunt zien en ruiken.

Ikzelf ben fan van de boodschappenbriefjes in de kisten. Je kunt je van alles afvragen bij zo’n lijstje. Achter een kleintje vanillevla, een halfje bruin, kokosmakronen, nootmuskaat en een pakje Croma zie ik een alleenstaande oma verschijnen. Meteen vraag ik me af of het die ene uit dat enorme huis is, die ik altijd schuin achter de slagroomgordijntjes zie glimlachen. Ik groet telkens vriendelijk terug en hoop dan dat ze een privé-detective mijn adres laat achterhalen. En dat ze mij dan in haar testament omschrijft als die ontzettend aardige vrouw met die aandoenlijke kinderen, die altijd zo vriendelijk teruglacht. En dat ik dan op een dag in ons mooie goed onderhouden keurige huis in die statige straat ook de hele dag glimlach naar iedereen die daar niet woont.

Mijn man des huizes, ooit lid van de Vrekkenkrant, is ook heel goed in het verzamelen van hobbyachtige dingen die geen geld kosten. Hij wil niets weggooien, omdat hij alles waardevol vindt tot het tegendeel bewezen is. Ikzelf denk dat ik het ondertussen best goed zou doen als goedverdienende advocaat, want ik kan inmiddels behoorlijk pleiten voor het tegendeel. Manlief heeft echter als creatieve oplossing het recht op zwijgen ontdekt en verstopt zijn waardevolle spullen, zoals oude kapotte fietsen, halve computers, altijd handige snoertjes, auto-onderdelen en meer van dat soort mannendingen in zijn kantoortje/opslagruimte buitenshuis. Dat kantoortje van hem is overigens wel een antropologisch/archeologisch onderzoek waard, maar dat terzijde. Wij vermaken ons dus wel met wat we hebben.

Maar toch: er blijft wel wat te wensen over. Ook bij de mannetjes. Zeker als de dikke speelgoedcatalogus in oktober weer op de deurmat valt. Fantaserend, kwijlend en verlangend storten zij zich op de gids die vol staat met op afstand bestuurbare helikoptertjes, locomotiefjes waar echte stoom uitkomt, monsterlego, dino’s en nog veel meer monsterlijke genotsmiddelen voor kinderen. Kinderporno dus, maar dan anders. Als ik het ranzige vodje na een week uit plakkerige kinderhandjes heb bevrijd en uiteindelijk boven op de kast heb gelegd, komt de jongste tot het besef dat als Sinterklaas al zijn treinwensen inwilligt, het treinwalhalla onmogelijk in zijn kamer past.

‘Ik zou wel een speelkamer willen,’ verzucht hij nog half gelukzalig en half terugkerend in de realiteit. ‘Ik zou wel een boomhut in de tuin willen en dat er dan vanuit mijn zolderraam een glijbaan naar de boomhut gaat,’ zegt de oudste. ‘Of dat er een glijbaan naar een zwembad in de tuin gaat,’ vult hij gauw aan. ‘En een station in de tuin!’ roept onze kleine conducteur. (Onze tuin is een stadstuintje van twintig vierkante meter.) ‘Ik wil wel een Jumbo 747 op het dak,’ zegt vader vanachter de krant. ‘Ik een hammam in de badkamer,’ droom ik, onderwijl jaloers terugdenkend aan de antikraker met hanenkam die bij mijn laatste bezoekje aan het badhuis de nieuwe bewoner van het gesloten poedelparadijs bleek. Hij kon inderdaad wel een uitgebreide badderbeurt gebruiken.

Wij viertjes zijn lucide dromers. Dat betekent dat wij als droomreizigers de regie over onze hersenspinsels nemen. Met een mooi woord zijn wij: oneironauten.
Behalve een weelderige innerlijke rijkdom lijkt het ook echt iets materieels op te kunnen leveren. Zo vertelde onze jongste aan tafel: ‘het nieuwe jongetje in mijn klas heeft een glijbaan die vanaf het balkon bij zijn slaapkamer naar een speelhuisje in hun tuin gaat.’ Mijn oudste staarde hem met open mond aan. Iemand had zijn droom afgepakt! Het was een ogenblik stil aan tafel. ‘Ga jij maar snel een speelafspraakje maken, dan kom ik je mee ophalen!’ reageerde hij ten slotte. En hij verdween naar boven.

Een dag later bleek wat hij achter zijn computer had zitten doen. Zoonlief, bijna negen, had aan vier online prijsvragen meegedaan om een thuisbioscoop, iPhone, veertiendaagse vliegreis naar de zon en een jaar lang gratis boodschappen te winnen. Vervolgens werden wij tijdens het avondeten platgebeld en à drie euro platge-sms’t met aanbiedingen en verlokkingen. Als geboortejaar had hij geen 2000 in kunnen vullen en dat had hij opgelost door 1949 aan te klikken. De oude ziel. Hij was meteen aan de slag gegaan met zijn dromen. Tja, ik kan het hem niet kwalijk nemen. Zelf google ik ook nogal eens op win-een-droombadkamer, maar uiteindelijk ben ik toch best gelukkig als ik ’s avonds met mijn benen opgevouwen in ons plastic hoekbad zit.

Enfin, dromen is hier een behoorlijk serieuze en onmisbare bezigheid. Wij dromen om het dromen. Helaas werkt het principe van ‘The Secret’ niet in dit huis. Het punt is dat we allemaal wat anders visualiseren, dus het lot raakt alleen maar in de war van ons. Krijgen we straks een glijbaan in de hammam en dan moet ik in de boomhut gaan relaxen.

Als doorgewinterde oneironaut, besluit ik van mijn zoon te leren en mijn droom bij de horens te vatten. Met het verfrommelde boodschappenbriefje in mijn hand bel ik aan bij de oude dame en vraag haar te eten. Nootmuskaat schijnt bij de juiste dosering hallucinerend en/of eeuwigeslaapverwekkend te werken. Ze glimlacht.