Ogen

'Ik heb nog wel meer foto's van vroeger.'
Ze deed de la van haar nieuwe dressoir open en pakte er een stapeltje herinneringen uit. 'Hier.'

Ik keek nogmaals naar de foto op het dressoir die mijn aandacht trok:
Twee meisjes in innige omhelzing. Door hun roekeloos kortgeknipte zwarte haar zou je bijna denken dat het jongetjes zijn. De oudste lacht moedig de camera in. Ik schat dat ze daar vijf jaar is. Het één jaar jongere zusje staart bozig voor zich uit. Beide met ogen zoals ik ze alleen in Mumbai in het weeshuis heb gezien.
Ogen die tegelijkertijd zwart, leeg en overvol zijn. Groot en onpeilbaar diep. Ouder dan volwassen door verdriet, pijn en teleurstelling. Grote zwarte ogen in een mager bleek, grauw kindergezicht. Kinderogen zonder sprankeling. Zulke ogen kijken dwars door je heen. Mij raken ze in mijn diepste ziel. Het zijn de ogen die niet meer huilen, die mij doen huilen.

Ik knielde naast haar op de grond om de foto's van haar jeugd te bekijken. Van een foto had ze bij creatieve kindertherapie een tekening gemaakt. Ze werden op die afbeelding door haar vader bij haar moeder weggehaald. In hun handen een rugzakje met speelgoed. Op de tekening, die ze mij laat zien laat ze zichzelf zeggen: wie is die man die die foto maakt? Haar zusje is bang.

Op een andere foto zie je haar met haar zusje op een kleine kamer in het asielzoekerscentrum spelen. Met jongensspeelgoed.
De kinderfeestjes in haar hand zijn de feestjes van Jantje Beton. Zonder een taart met kaarsjes. Later in de verschillende pleeggezinnen en opvangtehuizen zal ze die wel gehad hebben.

Ze lacht naar mij. Stoer, sterk en kwetsbaar.
Op een zeldzame foto lachen haar ouders en kijken elkaar aan. 'Ik denk toch dat ze even gelukkig zijn geweest.'

Over drie weken krijgt ze een dochtertje. Haar dochter krijgt een prachtig roze kamertje. En mijn babypop.