Oma


Terwijl ik mijn boterhammetje onder zo'n plastieke stolp vandaan haalde en er de margarine en het plakje kaas opdeed, dacht ik aan oma.

Mijn oma maakte de lekkerste tomatensoep van de wereld. Daar kreeg ik dan verse harde witte broodjes bij, waar ik zoveel roomboter op mocht doen als ik wilde (en dat deed ik dan ook) met basterdsuiker of ongelooflijk lekkere ham uit de oude slagerij van opa waar nog ambachtelijk geslacht werd. (Nee ik ben niet van voor de oorlog, maar toch nog meegemaakt!)

Mijn oma kon sowieso heerlijk koken. Oma nam daar dan ook nog de tijd voor. Met zorg werd het eten uitgekozen en bereid. Brood kwam van de bakker, vlees uiteraard van opa's slagerij en groente van de groenteboer of uit de moestuin van opa achter het huis. Voor het eten werd gebeden en na het eten werd er uit de bijbel gelezen (door opa natuurlijk) en daarna dankten wij voor het eten met het Onze Vader. Restjes eten ging naar de kippen en de eieren weer naar ons.

Toen opa overleden was en oma uiteindelijk alleen in het bejaardentehuis woonde, was het gedaan met koken. En dus ook met boodschappen doen. En ook met lekker eten. De sjeu was weg. Op het bord van mijn oma lag hetzelfde als wat ik in het ziekenhuis voor mijn neus had. Daar word je niet vrolijk van. Dat moet je snel eten om niet echt te proeven. Dan krijg je heimwee naar vroegere geuren en smaken en rituelen. Naar huis.

Mijn zoontje had het ook gauw gezien, hij wilde voor het eten al weg. Gelukkig mochten we na een nachtje.
Vandaag heb ik uitgebreid gekookt; een maiskipppetje in de Romertopf en dan in de oven. Ouderwets lekker.