Nostalgie

Over 20 jaar op vrijdagmorgen om 9.30 zullen we elkaar waarschijnlijk even aankijken. Met weemoed denken we dan terug aan ons gezellige straatje in Utrecht, waar rond die tijd alle buren verschrikt /zuchtend opkijken.
Vanmorgen was het weer zo ver. Hij heeft nooit vakantie. Hij is er in weer en wind. Dat moet gezegd: hij beschikt over behoorlijk wat doorzettingsvermogen.
Vrijdag is mijn vrije dag. Ik loop dan vaak nog in mijn pyama. Dan wil ik eigenlijk niet zo aan de deur staan. Ik probeer wel eens achter de bank weg te duiken, maar ja de aanhouder wint...

Eerst belde hij nog niet aan, maar tegenwoordig komen we er niet onder uit. Hij gaat niet weg voor we opendoen en hem geld geven.
Liever geef ik hem het geld dan dat ik het uit mijn hand laat pakken. Zijn lange gele nagels zijn geen pretje om over je hand te voelen schrapen.
En voordat de kinderen naar school gingen, had het ook wel wat. We stonden dan met een paar andere ouders en hun kroost om hem heen. De kinderen vastgeklemd aan de benen, bang, maar gefascineerd. En dat gevoel begrijp ik wel. Dat is de reden waarom ik op vrijdagmorgen toch aangekleed aan het ontbijt zit. Ik hoor hem al van verre aankomen. Ik zucht, leg de krant weg en zoek geld.

Als het orgelmannetje aanbelt doe ik de deur open en schrik telkens weer van zijn dierlijke naïeve uitstraling. Vanachter zijn jampotjaren-70 bril kijkt hij me aan. 'Alsjeblieft dankjewel.' Als hij wegkachelt met het trekorgeltje achter zich aan, blijft de muziek nog even in de straat hangen. Dat is het mooiste moment. Dat is waar ik over 20 jaar met weemoed aan terugdenk.