Onderweg

Ik zat vandaag sinds lange tijd in de trein. Het was zondagmiddag en buiten scheen een voorzichtig voorjaarszonnetje. Een zonnetje van hoop en herinneringen.
Ik reisde alleen. Het was rustig in de trein. Ik had een zitje voor mezelf en dan is de trein het ultieme 'mijmervervoermiddel'.

Vroeger begon mijn gevoel van vrijheid bij het station. De mogelijkheid een trein te kunnen nemen naar Parijs waar een wereld wachtte of naar andere verre oorden i.p.v. de dichtsbijzijnde stad, in mijn geval Breda, was een constante belofte, wat als een zwaard van Damocles boven de werkelijkheid hing.
In mijn 17-jarige wereld bestond er nog geen internet. Wel verlangen. Verlangen naar meer en anders en niks en veel. De trein bracht mij in het niemandsland dat je bereikt als je onderweg bent. Want uiteindelijk was natuurlijk het verlangen het mooist.

Ik had soms wel een doel. Al spijbelend ging ik doelbewust een beetje in Amsterdam rondstruinen. En dan niet in de winkelstraten. In de kleine straatjes. Waar soms een verdwaalde toerist loopt. En mensen die onderweg zijn. En ik. Met dromen.
De plaatsen waar ik nooit geweest ben. Niemandsland. Deze herinneringen draag ik bij me als een fantoompijn.
Vandaag, weer in de trein, gleed de wereld aan me voorbij, terwijl ik me al lezend verloor in 'Het lot van de familie Meijer (667 pagina's geschreven door Charles Lewinsky).

Zo gaat dat: terwijl je leest, leeft, bent, glijdt de wereld aan je voorbij; ineens worden mijn vriendinnen 40. In plaats van in het niemandsland staan we midden in het leven. We zoeken tijd. Om elkaar te zien. Om herinneringen te delen. Om ons leven aan elkaar te laten zien. Om nog steeds van elkaar te houden. Om vast te houden aan onze toekomstdromen, die we vroeger hadden. We pakken vrij snel de draad weer op. We lachen zoals vroeger met tranen over de wangen en filosoferen over alles wat ons bezighoudt. En we zijn trots op elkaar.
En het spijt ons dat we elkaar nog maar zo weinig zien. Maar we snappen van elkaar, dat we als we dan een keertje vrij zijn, we ook soms even niks willen. En veel en anders. En we vinden elkaar in het verlangen. Dat is gelukkig nog niet voorbij.