Kleurenblind 2

Ontdaan kwam ze mijn kamertje binnen.
Een prachtig donker, maar heel onzeker meisje van 15 jaar. Ze verkeerde nog steeds in een zweem van verbijstering.

Op weg naar mij had ze met een vriendin bij de bushalte staan kletsen. Een oude vrouw van ongeveer zeventig jaar werd boos op hen, omdat ze zo hard stonden te praten. En ineens begon die vrouw tegen hen te schreeuwen: "Jullie zwarten! Jullie zijn allemaal hetzelfde! Jullie moeten allemaal terug naar je eigen land!"
Ik reageerde ontzet op haar verhaal en vroeg wat de omstanders deden. "Niets", zei het meisje. "Ik moest heel erg huilen en mijn vriendin begon terug te schelden. Ik was bang dat ze elkaar gingen slaan. Gelukkig kwam er een politie auto voorbij; die heb ik toen geroepen. Ze hebben ons met zijn drieen in de bus gezet. We moesten ver uit elkaar gaan zitten."

Dit meisje is geadopteerd en opgegroeid bij Nederlandse ouders. Ze is zich wel bewust van haar kleur, maar ziet niet direct verschillen. Wat ik een prachtig gegeven vind, kijken naar iemand zonder waarde aan huidskleur toe te kennen: kleurenblind. Die middag kleurde haar beleving anders.
In de bus had ze nog tegen die mevrouw gezegd, dat ze buitenlanders wel mocht haten, maar dat ze dat niet moest zeggen.
Ik zie zo'n scene voor me en in mijn gedachten zie ik een van haat verwrongen gezicht met consumptie schelden.
"Waarom doet ze dat, denk je", vraagt het meisje mij. Ze wil oprecht begrijpen, waarom iemand zo veel haat spuugt.

Samen met haar probeer ik die middag naar antwoorden te zoeken.
Ze vraagt mij of ik wel eens van Rosa Parks heb gehoord. Daarna hebben we het over Martin Luther King, Ghandi, Oprah, Nelson Mandela en natuurlijk Barack Obama. Ik ben trots op haar. Trots op haar relativeringsvermogen en trots op haar vergevingsgezindheid.

Ze is alleen met de bus naar huis gegaan.


Parks werd geboren in Tuskegee, Alabama. Ze werkte het grootste deel van haar leven als naaister. Begin jaren '50 werd ze actief in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Ze werkte ook als secretaresse voor de NAACP in Montgomery. Op 1 december 1955 weigerde ze om haar zitplaats in een bus af te staan en achter in de bus te gaan zitten, zoals de wet in Alabama dat toen voorschreef. De politie werd erbij geroepen en Parks kreeg een boete van $10. Toen ze weigerde te betalen, werd ze gearresteerd en in februari 1956 berecht voor verstoring van de openbare orde.
Martin Luther King kreeg lucht van de zaak, en begon de geweldloze "Montgomery-busboycot", waardoor het busbedrijf bijna failliet ging en uiteindelijk de scheiding van blanken en zwarten in haar bussen moest afschaffen. Dit leidde tot meer protesten tegen de rassensegregatie. Intussen was de rechtszaak van Rosa Parks bij het Amerikaanse Hooggerechtshof beland, die haar in het gelijk stelde en de scheiding tussen blanken en zwarten ongrondwettig verklaarde.
Begin jaren '60 verhuisde Parks naar Detroit, waar ze tot haar dood woonde. Tussen 1965 en 1968 werkte ze als staflid voor John Conyers, lid van het Huis van Afgevaardigden. In 2004 bleek uit een medisch rapport dat ze leed aan dementie. Ze overleed uiteindelijk een jaar later in haar slaap. Als eerste vrouw in de geschiedenis van de Verenigde Staten werd haar lichaam tenslotte opgebaard in het Capitool, een eer die normaal gesproken alleen aan presidenten en enkele oorlogshelden gegund is.