Op weg naar Spanje

We reizen een stukje door het binnenland.
Voor het Frankrijkgevoel en de rust en omdat de reis ook het doel op zich is.
Door een poort van platanen rijden we een schilderij van Renoir binnen.
Platanen lijken door hun afbladderende bast zelfs in de schaduw midden in de zon te staan.
We ontmoeten Van Gogh wanneer we een glooiende zee van zonnebloemen en tarwe passeren. Intens warme kleuren.
De toiletten bij benzinepompen ruiken naar de Parijse metro.
Een botermalse steak hachée (medium) bij een wegrestaurant.
De weg versierd met elektriciteitskabels als slingers.
Koeien in lommerrijke groene heuvels, samen luierend in de schaduw van een boom, zoals Potter ze schilderde.
Een zandkleurig kasteeldorpje dat gesloten lijkt. Alle luiken dicht, maar in het plaatselijk restaurantje zijn de tafeltjes gedekt met roodwitgeblokte tafelkleedjes en staan de mandjes brood en karafjes water te wachten op de vaste bezoekers en een enkele voorbijganger. Aan de bar drinkt een man een grappa uit een fles met zijn naam erop.

Wij hebben overnacht in een dorp van seriehotels, ketengrillrestaurants, mega supermarche´s en rotondes. Zonder bomen en zonnebloemen en zeker geen koeien. Alles recht, duidelijk en overzichtelijk aangelegd. Alsof we midden in een landkaart overnachtten.
Vanaf de snelweg lokte het zwembad. Een blauw vierkantje langs een rechte lijn. Omlijst door fatboys.
Slechts een ding was hetzelfde als in het Frankrijk zoals ik me 'La Douce France' het liefst herinner: de steak hachée.
Het goedkoopste gerecht op de kaart. Daarom eet ik het zo vaak.
Precies zo mals at ik hem op mijn eerste kennismaking met Parijs (en Frankrijk) tijdens een schoolreisje van de Havo.
En later als au-pair in Parijs. (Mmmm Parijs als negentienjarige...)
En later op motorvakantie (ik zat achterop) in Crest op de motorcamping, waar de hond nooit blafte naar alle Harleys, maar wel als er een auto de camping op kwam rijden. En later liftend met Esther.
En later onderweg met de zoveelste keer panne.
En later, zoals nu.
Wellicht volgend jaar en daarna en dan ooit tijdens een bejaardenexcursie.
En hopelijk heb ik dan mijn eigen tanden nog en niet die van de gemiddelde Franse bejaarde uit ‘La Douce France..”