Gezwellig

Wat heb ik toch ontzettend leuke kinderen. Met van die lekkere warme lijfjes als ik ze ‘s avonds nog even ga knuffelen. De oudste al wat houteriger, onhandiger en slungeliger dan de jongste. De jongste zeker zo enthousiast als zijn broer. Die warmte en intimiteit doen me telkens weer beloven, dat ik op feestjes geen sigaretjes meer rook. Want ik mag niet doodgaan. Mijn oudste heeft al eens een rondslingerd pakje Marlboro weggegooid. De schat. Al zei ik toen wat anders.

Ik wil natuurlijk ook niet doodgaan. Ik wil ook geen chemotherapie bedacht ik me gisteren. Mijn vader begint maandag aan zijn eerste kuur. Paps en mams, zus en ik kregen gisteren een uitgebreide uitleg over wat wel en niet te doen. Het is misschien raar om te zeggen, maar de afdeling Oncologie heeft iets warms en gezelligs. Er is bloemetjesbehang. Er staan banken in plaats van harde stoeltjes. En in het midden staat een grote leestafel met comfortabele stoelen. Daarboven hangt een kroonluchter. Bovendien mag je gratis koffie, thee en chocolade melk pakken. Tussen de receptie en de wachtkamer zit een deur. Dat laatste valt misschien niet zo op, maar ik vind het een ongelooflijke luxe. En tegelijkertijd een van de eerste vereistes mocht ik ooit een ziekenhuis mogen inrichten. Juist ten tijde van ziekte komt het intieme, persoonlijke en daarmee ook de schaamte naar boven.

Zo herinner ik me, dat ik als kind een familielid tegenkwam in de wachtkamer van de huisarts. Hij bleek voor een sterilisatie te komen. Niet direct iets voor in een volle wachtkamer. Dus hij zei, dat hij griep had. En gelukkig voor hem, was er toen nog een discrete doktersassistente. Vorig jaar had mijn jongste mannetje wormpjes in zijn poep. Zelf vind ik dat ongelooflijk vies en roep ik dat liever niet door een volle apotheek. Sterker nog: ik ging naar een andere apotheek om pilletjes te halen, zodat ik geen bekenden tegen zou komen. Ik probeerde wat afstand van de overige bezoekers te nemen en zocht toenadering tot de apotheker. Hij moet echter mijn schaamte geroken hebben en nam mijn angst over, want hij bleef op zeker vijf meter afstand achter de toonbank staan. Dan kun je dus niet naar elkaar fluisteren. Dus toen ik uiteindelijk door de volle apotheek riep, dat ik het prettiger vond als hij wat dichter bijkwam, omdat ik wat privacy wilde, had ik direct de aandacht van de volle apotheek. De schaamte ten slotte voorbij, heb ook maar meteen aambeienzalf, een zwangerschapstest, voetschimmelcreme, wrattenspul, mondwater, anti-depressiva, luizenshampoo, een stoma en wat foldertjes over allerlei ernstige aandoeningen meegenomen. Dan heb ik dat maar alvast.

Maar afijn. Kanker. Dat is niet iets om grapjes over te maken. En toch moet ik de hele tijd aan dat ene mopje denken. Geleerd tijdens mijn opleiding tot hulpverlener. Om je af te vragen wat leuk is en wat op welk moment gezegd kan worden. Ik moest onbedaarlijk lachen om deze mop, terwijl de rest van de klas me vol afgrijzen aankeek:
Op de afdeling oncology heerst een stilte. Dan komt er een nieuwe patient binnen. Hij kijkt even rond en zegt vervolgens: ‘Gezwellig hier!’
De andere patienten kijken hem boos en verontwaardigd aan.
‘Jeetje’, zegt de man geschrokken, ‘jullie hebben ook geen gevoel voor tumor’….
Na de uitleg over de chemotherapie, wat grapjes over petjes en de eerste keer in ons leven dat we mijn vader zonder snor gaan zien, kregen we een rondleiding door het ‘kuuroord’. Het is er prettig. De mensen zijn er aardig en dat had ik eigenlijk niet op deze manier verwacht. Warm. De kilte verdwijnt. De ziekte wordt wat minder eng. Respectvol. Dat is denk ik het goede woord.
Dus die mop kan ik daar in ieder geval niet vertellen. Dan worden het toch de favoriete dubbelzinnige moppen van mijn vader tijdens het infuus. Mmmm. Daar moest ik me maar eens flink op gaan voorbereiden…