Zeg ken jij de oesterman?

‘We gaan naar het filmbal. Jou smokkelen we wel mee.’ Dat wilde ik wel: Het filmbal!! ‘Hier heb je mijn camera, we zeggen gewoon dat je mijn fotograaf bent.’ Dat was 11 jaar geleden. Op mijn hoge hakken en met mijn bordeaux rood fluwelen jurkje en opgestoken lange haar huppelde ik achter mijn lief in bezit van een perskaart aan. Bij de deur werd argwanend gekeken, maar ik had inderdaad een niet te missen professioneel uitziend fototoestel bij me. Een loeizwaar ding, erop een flitsapparaat met een capaciteit zo groot dat de hele melkweg ermee verlicht kon worden. Ik had geen idee hoe het ding werkte. (Dit was voor het digitale tijdperk.)

Eenmaal binnen werd ik op een speciale fotografen plek gezet. Ver uit de buurt van diegene die precies wist hoe het bakbeest bediend moest worden. Na een poosje begon ik me behoorlijk misplaatst te voelen met mijn galakleding tussen de gespijkerbroekte survival persfotografen. De dame die me had binnengelaten hield me nauwlettend in de gaten. En ineens sprak ze me aan, ik schrok, voelde me betrapt en dacht dat ik eruit gezet zou worden:‘Kom hierheen, dan heb je een mooi shot van Jeroen en Rutger!’zei ze. ‘Jeroen en Rutger??’ ‘Krabbé en Hauer!’ Ik was er liever uitgezet. Mijn hart bonkte en een golf van misselijkheid borrelde op.

Ze zette me nogal in het zicht, net niet op het podium en midden in de zaal, waardoor ik inderdaad de mogelijkheid had een prachtige close-up te maken van ‘Jeroen en Rutger’. (Rutger Hauer valt voor mij toch wel een beetje in de categorie David Bowie, George Clooney en Billy Idol: Wiebelknieëncategorie.) En daar kwamen ze aan. Met een Harley reden ze het podium op. ‘Nu’ seinde ze en ik drukte een slag in de rondte op het apparaat. Het lukte. De flitser flitste met een cappaciteit alsof iemand het grote licht in de zaal aandeed. Verblinde hoofden draaiden zich in mijn richting en de Harley haperde. Ik had mijn entree als ‘feestjesgroupie’ gemaakt.

Niet veel later dezelfde avond werden we door Martin Koolhoven uitgenodigd om tijdens het galadiner aan zijn tafel plaats te nemen (manlief kende hem) ik seinde nog van nee, maar weigeren was toch wel enigszins onbeleefd. Ik nam plaats naast Carice Van Houten. Er vielen die avond drie gouden kalveren aan onze tafel. En ik wist geen zinnig woord uit te brengen. Ik stelde af en toe een vraag als: ‘Wat is de mooiste film die je ooit gezien hebt?’ Maar een hechte vriendschap heb ik er niet aan over gehouden. Veel misplaatster als toen heb ik me niet vaak gevoeld. Godzijdank was er een flinke dansvloer die avond. Daar kon ik mijn unheimische gevoel weg dansen en hoefde ik met niemand te praten die eigenlijk niet met mij wilde praten.
Enfin een paar boekenballen later belandde ik dus afgelopen weekeinde weer op het filmbal. Legaal dit keer. Over de rode loper zelfs.

De blik ‘Is dat iemand’ werd de hele avond over en weer geworpen. Ik zag een heleboel iemanden en constateerde dat ik zelf eigenlijk niemand ben. En van de iemanden kende ik niemand. Persoonlijk. Ik vroeg me af of ik dat o.k. vond, of dat ik zelf nog beroemd wilde gaan worden om ook iemand te kennen of dat ik spontaan een hekel had aan iedereen die iemand was.

Een wonderbaarlijke premiere geschiedde. Ik besefte dat ik de hele tijd naar andermans trailers stond te kijken. En eigenlijk vond ik er geen bal aan. Het is als naar spelletjes kijken op tv met bekende Nederlanders. ‘Just not my game.’
Behalve dan die woest aantrekkelijke oesterman, die op het bal met een emmer oesters op zijn heup, een ridderhandschoen en een kleine speer mij oesters heeft leren eten. Met een beetje citroen. Een bereikbare Ridder Rutger. Mooi idee voor een filmscript trouwens.

www.oesterkoning.nl
guido@oesterkoning.nl